Linnen
Genesis 41 : 42
En Farao nam zijn ring van zijn hand af, en
deed hem aan Jozefs hand, en liet hem fijne linnen klederen
aantrekken, en legde een gouden keten aan zijn hals.
Exodus 25 : 4 en Exodus 35 : 6
als ook hemelsblauw en purper en scharlaken
en fijn linnen en geitenhaar.
Exodus 26 : 1
De tabernakel nu zult gij maken van tien
gordijnen, van fijn getweernd linnen, en hemelsblauw, en purper, en
scharlaken, met cherubim van het allerkunstigste werk zult gij ze maken.
Exodus 26 : 31
Daarna zult gij een voorhang maken van
hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen; van
het allerkunstigste werk zal men dien maken, met cherubim.
Exodus 26 : 36
Gij zult ook aan de deur der tent een deksel
maken, van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen,
geborduurd werk.
Exodus 27 : 9
Gij zult ook den voorhof des tabernakels
maken: aan den zuidhoek zuidwaarts zullen aan den voorhof behangselen zijn van
fijn getweernd linnen; de lengte eener zijde zal honderd ellen zijn.
Exodus 27 : 16
In de poort nu des voorhofs zal een deksel
zijn van twintig ellen, hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn
getweernd linnen, geborduurd werk; de pilaren vier, en hunne voeten
vier.
Exodus 27 : 18
De lengte des voorhofs zal honderd ellen
zijn, en de breedte telkens vijftig, en de hoogte vijf ellen, van fijn
getweernd linnen; maar hunne voeten zullen van koper zijn.
Exodus 28 : 5 + 6
Zij zullen ook het goud en hemelsblauw, en
purper, en scharlaken, en fijn linnen nemen, en zullen de efod maken
van goud, hemelsblauw, en purper, scharlaken, en fijn getweernd linnen,
van het allerkunstigste werk.
Exodus 28 : 8
En de kunstige riem zijn efods, die op hem
is, zal zijn gelijk zijn werk, van hetzelfde, van goud, hemelsblauw, en purper,
en scharlaken, en fijn getweernd linnen.
Exodus 28 : 15
Gij zult ook een borstlap des gerichts maken,
van het allerkunstigste werk, gelijk het werk des efods zult gij hem maken: van
goud, hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en van fijn getweernd linnen
zult gij hem maken.
Exodus 28 : 39
Gij zult ook een rok vol oogjes maken, van
fijn linnen; gij zult ook de hoed van fijn linnen maken; maar
de gordel zult gij van geborduurd werk maken.
Exodus 39 : 5
En de kunstige riem zijns efods, die daarop
was, was gelijk zijn werk, van hetzelfde, van goud, van hemelsblauw, en purper,
en scharlaken, en fijn getweernd linnen, gelijk als de HEERE aan Mozes
bevolen had.
Exodus 39 : 8
Hij maakte ook den borstlap van het
allerkunstigste werk, gelijk het werk des efods: van goud, hemelsblauw, en
purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen.
Exodus 39 : 27 + 28 + 29
Zij maakten ook de rokken van fijn linnen,
van geweven werk, voor Aäron en voor zijn zonen; en de hoed van fijn linnen,
en de sierlijke mutsen van fijn linnen, en de linnen
onderbroeken van fijn getweernd linnen; en de gordel van fijn
getweernd linnen, en van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, van
geborduurd werk, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.
Leviticus 6 : 10
En de priester zal zijn linnen kleed
aantrekken, en de linnen onderbroek over zijn vlees aantrekken, en zal
de as opnemen, als het vuur het brandoffer op het altaar verteerd zal hebben,
en zal die bij het altaar leggen.
Leviticus 13: 47 + 48
Verder als aan een kleed de plaag der
melaatsheid zal zijn, aan een wollen kleed of aan een linnen kleed, of
aan den scheerdraad of aan den inslag van linnen of van wol, of aan
vel, of aan enig vellenwerk;
Leviticus 13 : 52
Daarom zal hij dat kleed, of die schering, of
dien inslag van wol of van linnen of alle vellentuig waarin die plaag
zal zijn, verbranden; want het is een knagende melaatsheid, het zal met vuur
verbrand worden.
Leviticus 13 : 59
Dit is de wet van de plaag der melaatsheid
van een wollen of linnen kleed, of een schering, of een inslag of alle
vellentuig om dat rein te verklaren, of onrein te verklaren.
Leviticus 16 : 4
Hij zal de heiligen linnen rok
aandoen, en een linnen onderbroek zal aan zijn vlees zijn, en met een linnen
gordel zal hij zich gorden, en met de linnen hoed bedekken: dit zijn heilige
klederen, daarom zal hij zijn vlees met water baden, als hij ze zal aandoen.
Leviticus 16 : 23
Daarna zal Aäron komen in de tent der
samenkomst, en zal de linnen klederen uitdoen, die hij aangedaan had,
als hij in het heilige ging, en hij zal ze daar laten.
Leviticus 16 : 32
En de priester, dien men gezalfd en wiens
hand men gevuld zal hebben, om voor zijn vader het priesterambt te bedienen,
zal de verzoening doen; als hij de linnen klederen, de heilige
klederen, zal aangetrokken hebben,
Deuteronomium 22 : 11
Gij zult geen kleed van gemengde stof
aantrekken, wollen en linnen tegelijk.
Richteren 15 : 14
Als hij kwam te Lechi, zo juichten de
Filistijnen hem tegemoet; maar de Geest der HEEREN werd vaardig over hem; en de
touwen, die aan zijn armen waren, werden als linnen draden, die van
het vuur verbrand zijn, en zijn banden versmolten van zijn handen;
Jeremia 13 : 1
Alzo heeft de HEERE tot mij gezegd: Ga henen
en koop u een linnen gordel, en doe dien aan uwe lendenen; maar breng
hem niet in het water.
Ezechiël 9 : 2 + 3
En ziet, zes mannen kwamen van de weg der
Hooge poort, die gekeerd is naar het noorden, en elk een met zijn verpletterend
wapen in zijn hand; en een man in het midden van hen was met linnen
bekleed, en een schrijversinktkoker was aan zijne lenden; en zij kwamen in, en
stonden bij het koperen altaar. En de heerlijkheid van den God Israëls hief
zich op van de cherub, waarop Hij was, tot den dorpel van het huis; en Hij riep
tot de man, die met linnen bekleed was, die de schrijversinktkoker aan
zijne lenden had;
Ezechiël 9 : 11
En zie, de man, die met linnen
bekleed was, aan wiens lenden de inktkoker was, bracht bescheid weder,
zeggende: Ik heb gedaan, gelijk als Gij mij geboden hadt.
Ezechiël 10 : 2
En Hij sprak tot den man, bekleed met linnen,
en Hij zeide: Ga in tot tussen de wielen, tot onder de cherub, en vul uw
vuisten met vurige kolen van tussen de cherubs, en strooi ze over de stad; en
hij ging in voor mijn ogen.
Ezechiël 10 : 6 + 7
Het geschiedde nu, als Hij den man, bekleed met
linnen, geboden had, zeggende: Neem vuur van tussen de wielen, van
tussen de cherubs; dat hij inging en stond bij een rad. Toen stak een cherub
zijn hand uit van tussen de cherubs tot het vuur, hetwelk was tussen de
cherubs, en nam daarvan en gaf het in de vuisten desgenen, die met linnen
bekleed was; die nam het en ging uit.
Ezechiël 16 : 10
Ik bekleedde u ook met gestikt werk, en Ik
schoeide u met dassenvellen, en omgordde u met fijn linnen, en bedekte
u met zijde.
Ezechiël 16 : 13
Zo waart gij versierd met goud en zilver, en
uw kleding was fijn linnen en zijde en gestikt werk; gij at meelbloem
en honig en olie, en gij waart gans zeer schoon, en waart voorspoedig, dat gij
een koninkrijk werd.
Ezechiël 27 : 7
fijn linnen met stiksel uit Egypte
was uw uitbreidsel, dat het u tot een zeil ware; hemelsblauw en purper uit de
eilanden van Elisa was uw deksel.
Ezechiël 40 : 3
Als Hij mij daarheen gebracht had, ziet, zo
was er een man, wiens gedaante was als de gedaante van koper, en in zijn hand
was een linnen snoer en een meetriet; en hij stond in de poort.
Ezechiël 44 : 17 + 18
En het zal geschieden, als zij tot de poorten
des binnensten voorhofs zullen ingaan, dat zij linnen klederen zullen
aantrekken; maar wol zal op hen niet komen, als zij dienen in de poorten des
binnensten voorhofs en inwaarts. Linnen huiven zullen op uw hoofd
zijn, en linnen onderbroeken zullen op hunne lenden zijn; zij zullen
zich niet gorden in het zweet.
Daniël 10 : 5
en ik hief mijn ogen op en zag, en ziet, er was
een Man, met linnen bekleed, en Zijne lenden waren omgord met fijn
goud van Ufaz.
1 Samuël 2 : 18
Doch Samuël diende voor het aangezicht der
HEEREN, zijnde een jongeling, omgord met den linnen lijfrok.
1 Samuël 22 : 18
Toen zeide de koning tot Doëg: Wend gij u en
val aan op de priesters. Toen wendde zich Doëg, de Edomiet en hij viel aan op
de priesters, en doodde te dien dage vijf en tachtig mannen, die de linnen lijfrok droegen;
2 Samuël 6 : 14
en David huppelde met alle macht voor het
aangezicht des HEEREN; en David was omgord met een linnen lijfrok.
1 Koningen 10 : 28 en 2 Kronieken 1 : 16
En het uitbrengen der paarden was hetgeen
Salomo uit Egypte had; en aangaande het linnen
garen, de kooplieden des konings namen het linnen
garen voor den prijs.
1 Kronieken 15 : 27
David nu was gekleed met een mantel van fijn linnen, ook al de Levieten, die de ark
droegen, en de zangers, en Kenanja, de overste van het opheffen der zangers;
ook had David een lijfrok aan van linnen.
2 Kronieken 2 : 14
den zoon eener vrouw uit de dochteren van
Dan, en wiens vader een man geweest is van Tyrus, die weet te werken in goud en
in zilver, in koper, in ijzer, in stenen en in hout, in purper, in hemelsblauw
en in fijn linnen en in karmozijn, en
om alle graveersel te graveren, en om te bedenken allen vernuftigen vond, die
hem zal voorgesteld worden, met uwe wijzen en de wijzen mijns heren uws vaders
Davids.
2 Kronieken 3 : 14
Hij maakte ook de voorhang van hemelsblauw en
purper en karmozijn en fijn linnen;
en hij maakte cherubs daarop.
2 Kronieken 5 : 12
en de Levieten, die zangers waren, van hen
allen, van Asaf, van Heman, van Jeduthun, en van hun zonen en van hun
broederen, in fijn linnen gekleed met
cimbalen en met luiten en harpen, stonden tegen het oosten des altaars, en met
hen tot honderd en twintig priesters toe, trompettende met trompetten.
Esther 1 : 6
Daar waren witte, groene en hemelsblauwe
behangsels, gevat aan fijn linnen en
purperen banden, in zilveren ringen, en aan marmeren pilaren; de bedsteden
waren van goud en zilver, op een vloer van porfierstenen van marmer, en albast,
en kostelijke stenen.
Esther 8 : 15 .
En Mordechai ging uit van voor het aangezicht
des konings, in een hemelsblauw en wit koninklijk kleed, en met een grote
gouden kroon, en met een opperkleed van fijn linnen en purper; en de stad Susan juichte en was vrolijk.
Spreuken 7 : 16
ik heb mijne bedstede met tapijtsieraad
toegemaakt, met uitgehouwen werken, met fijn linnen van Egypte.
Spreuken 31 : 22
Zij maakt voor zich tapijtsieraad, haar kleding
is fijn linnen en purper.
Jesaja 3 : 23
de spiegels en de fijn linnen deksels en de hulledoeken en de sluiers;
Exodus 28 : 43
Maak hun ook linnen onderbroeken, om het vlees der schaamte te bedekken; zij
zullen zijn van de lendenen tot de dijen.
Exodus 35 : 23
En alle man, bij wie gevonden werd
hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn linnen, en geitenhaar, en dassenvellen, die brachten ze.
Exodus 35 : 25
En alle vrouwen, die wijs van hart waren,
sponnen met hare handen, en zij brachten het gesponnene, de hemelsblauwe zijde,
en het purper, het scharlaken en het fijne linnen.
Exodus 35 : 35
Hij heeft hen vervuld met wijsheid des
harten, om te maken alle werk eens werkmeesters, en des allervernuftigsten
handwerkers, en des borduurders in hemelsblauw, en in fijn linnen, en des wevers, makende alle werk en bedenkende vernuftigen
arbeid.
Exodus 36 : 8
Alzo maakte een ieder wijze van hart, onder
degenen die het werk maakten, den tabernakel van tien gordijnen, van getweernd
fijn linnen, en hemelsblauw, en
purper, en scharlaken, met cherubim van het allerkunstigste werk maakte hij ze.
Exodus 36 : 35
Daarna maakte hij een voorhang van
hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen; van het allerkunstigste werk maakte hij dien met cherubim.
Exodus 36 : 37
Hij maakte ook aan de deur der tent een
deksel van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen, geborduurd werk:
Exodus 38 : 9
Hij maakte ook den voorhof aan den zuidhoek
zuidwaarts; de behangselen tot den voorhof waren van fijn getweernd linnen, van honderd ellen.
Exodus 38 : 16
Al de behangselen des voorhofs waren rondom
van fijn getweernd linnen.
Exodus 38 : 18
En het deksel der poort des voorhofs was van
geborduurd werk, van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen; en twintig ellen was de lengte,
en de hoogte in de breedte was vijf ellen, tegenover de behangselen des
voorhofs.
Exodus 38 : 23
en met hem Aholiab, de zoon van Ahisamach,
van de stam van Dan, een werkmeester en vernuftig kunstenaar, en een borduurder
in hemelsblauw, en in purper, en in scharlaken, en in fijn linnen.
Exodus 39 : 2 + 3
Alzo maakte hij den efod van goud,
hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen. En zij rekten uit de dunne platen van goud, en sneden het
tot draden om te doen in het midden van het hemelsblauw, en in het midden van
het purper, en in het midden van het scharlaken, en in het midden van het fijn linnen, van het allerkunstigste werk.
Daniël 12 : 6 + 7
En hij zeide tot den Man, bekleed met linnen, Die boven op het water der
rivier was: Tot hoe lang zal het zijn, dat er een einde van deze wonderen zal
wezen? En ik hoorde dien Man, bekleed met linnen,
Die boven op het water van de rivier was, en Hij hief Zijne rechter- en Zijne
linkerhand op naar den hemel, en zwoer bij Dien, Die eeuwiglijk leeft, dat na
een bestemden tijd, bestemde tijden, en een helft, en als Hij zal voleindigt
hebben te verstrooien de hand der heiligen volks, al deze dingen voleindigd
zullen worden.
Lukas 24 : 12
Doch Petrus opstaande, liep tot het graf, en
nederbukkende, zag hij de linnen
doeken liggende alleen, en ging weg, zich verwonderende bij zichzelven over
hetgeen geschied was.
Johannes 13 : 4 + 5
stond op van het avondmaal, en legde Zijne
klederen af, en nemende een linnen
doek, omgordde Zichzelven; daarna goot Hij water in het bekken, en begon de
voeten der discipelen te wassen en af te drogen met de linnen doek, waarmede Hij omgord was.
Johannes 19 : 40
Zij namen dan het lichaam van Jezus en bonden
dat in linnen doeken met de
specerijen, gelijk de Joden de gewoonte hebben van begraven.
Handelingen 10 : 11
en zag de hemel geopend, en een zeker vat tot
hem nederdalen, gelijk een groot linnen
laken, aan de vier hoeken gebonden, en nedergelaten op de aarde;
Handelingen 11 : 5
Ik was in de stad Joppe biddende, en ik zag
in een vertrekking van zinnen een gezicht, namelijk een zeker vat, gelijk een
groot linnen laken nederdalende, bij
de vier hoeken nedergelaten uit de hemel, en het kwam tot bij mij;
Linnenwerker
1 Kronieken 4 : 21
De kinderen van Sela, de zoon van Juda, waren
Er, de vader van Lecha en Lada, de vader van Maresa; en de huisgezinnen van het
huis der linnenwerkers in het huis
van Asbéa.
Vlas
Exodus 9 : 31
Het vlas
nu, en de gerst werd geslagen, want de gerst was in de aar en het vlas was in de halm.
Richteren 16 : 9
De achterlage nu zat bij haar in een kamer.
Zo zeide zij tot hem: De Filistijnen over u, Simson! Toen verbrak hij de zelen,
gelijk als een snoertje van grof vlas
verbroken wordt, als het vuur ruikt. Alzo werd zijn kracht niet gekend.
Spreuken 31 : 13
Zij zoekt wol en vlas, en werkt met lust harer handen.
Jesaja 1 : 31
En de sterke zal wezen tot grof vlas, en zijn werkmeester tot een vonk,
en zij zullen beiden te zamen branden: daar zal geen uitblusser zijn.
Jesaja19 : 9
en de werkers in het fijne vlas zullen beschaamd worden, ook de
wevers van de witte stof.
Hosea 2 : 4
Want hunne moeder hoereert; die hen ontvangen
heeft, handelt schandelijk; want zij zegt: Ik zal mijne boeleerders nagaan, die
mij mijn brood en mijn water, mijne wol en mijn vlas, mijn olie en mijnen drank geven.
Hosea 2 : 8
Daarom zal Ik Wederkomen, en Mijn koren
wegnemen op zijn tijd, en Mijnen most op zijnen tijd; en Ik zal wegrukken Mijne
wol en Mijn vlas, dienende om haar
naaktheid te bedekken.
Vlasstoppel
Jozua 2 : 6
Maar zij had hen op het dak doen klimmen, en
zij had hen verstoken onder de vlasstoppelen,
die door haar op het dak beschikt waren.
Vlaswiek
Jesaja 42 : 3
Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en
de rokende vlaswiek
zal Hij niet uitblussen; met waarheid zal Hij het recht voortbrengen.
Jesaja 43 : 17
Die wagens en paarden, heir en macht voortbracht;
te zamen zijn zij nedergelegen, zij zullen niet wederopstaan, zij zijn uitgeblust,
gelijk een vlaswiek
zijn zij uitgegaan.